Categorie archief: Stadsdichter

Eerste stadsgedicht van Nick Kolder!

Onze nieuwe stadsdichter Nick Kolder heeft zijn
eerste gedicht aangeleverd.
Hij schrijft over het niemandsland tussen Meerestein en Oosterwijk.
De plek waar hij is opgegroeid. Zeg maar het oude Hofland.

En over zijn vriend de krokodil van de kinderboerderij Animal Farm.

Bijzondere samenwerking
Nick Kolder gaat dit jaar met Wies Tesselaar samenwerken.
Hij kiest haar als kompaan.
Zij maakt illustraties bij zijn zes gedichten.
Bovendien gaat hij ook met muzikant Daan Krakers in zee.
Daan gaat Nick’s gedichten op muziek zetten.

Een samensmelting van drie disciplines.

(voor de krokodil en de buurt)

Een krokodil wacht op een eiland in een kinderboerderij

Wandel mee langs de getallen honderdtwee tot honderdtien
Garageboxen rood wit blauw één openstaand voorzien
Van wasmachines uitlaatpijpen misschien een boze man
Ietsje verder woont een krokodil naast een nieuwbouwplan

Een jochie weet wel waar hij woont en spelt dat slordig neer
Het vriendenboekje van zijn zus hoe moest dat ook alweer
Een lange ij was met een e zo wist dat blije ei
De krokodil zit ergens doodstil in een kinderboerderij

Nieuw verbouwd winkelcentrum nú met heel plafond
Naast de tweede ingang sipt een vrouw haar blik Kanon
Check even je bonnetje of het allemaal wel klopt
Vandaag wordt het appartement van de krokodil geschrobd

Op het eindexamenfeest rookt je leraar stiekem wiet
Halt! Stop! De Politie! Je lampje doet het niet!
Je hoort erbij, bent goedgekeurd; “Deze fiets is OK”
Het geluk is voor de krokodil; hij krijgt nooit acne

We zijn een dierentuin, geen boerderij, strijkt de website trots
Een van Neerlands allerkleinsten – hier geen apenrots
Maar ik zit vast in vroeger en Farm zit in de naam
De krokodil vergeeft mij, mij treft zo geen blaam

Soms ruikt een flat naar tomatensaus of iets wat er op lijkt
Uit een raam geurt al dat leven wat er in zo’n toren prijkt
Grauwe lucht, dorre tak, gaspitten aangestoken
Denk ik aan de krokodil die in mijn hoofd blijft spoken

Lieve krokodil, Ik heb veel aan je gedacht
meermaals in mijn tijd
En al word je ooit vervangen
ik raak je nooit meer kwijt.

Nick Kolder
Stadsdichter Beverwijk 2020

Krokodil van Wies Tesselaar

 

 

 

 

 

 

 

 


Krokodil

Wies Tesselaar

 

 

Verkiezing nieuwe Stadsdichter op 12 december 2019

Oproep:
Wie volgt Isa van Klaveren op?

Nieuwe Stadsdichter verkiezing op stapel

Elk jaar krijgt een nieuwe dichter de mogelijkheid om als
Stadsdichter Beverwijk de stad te volgen en van poëtisch
commentaar te voorzien. Op zijn of haar eigen manier.

Nadat Isa van Klaveren, de jongste stadsdichter in al die jaren,
in 2019 Beverwijk fris en vrolijk becommentarieerde,
is het nu alweer tijd voor een nieuwe stadsdichter.

Minstens zes keer per jaar wordt van de stadsdichter een gedicht
verwacht met een commentaar op het leven in de stad.
Beschrijf de stad in al haar facetten en hoedanigheden:
de mooie, de grimmige kanten, het romantische, het tegendraadse,
het eigene, het dwarse,  alles wat Beverwijk voor de inwoners
zo uniek maakt. En doe dat in je eigen stijl, in verwondering,
verbazing, uit liefde of opborrelende boosheid.
Of een mix van dat alles.

De nieuwe dichter wordt dan de achttiende op rij. In 2002 ging
de eerste dichter van start, in december 2018 schreef
Janneke Methorst alweer het honderdste stadsgedicht.
Isa van Klaveren beschreef als Stadsdichter 2019 glorieus het leven
van een jongere in Beverwijk. Naast de zes stadsgedichten krijgt
de stadsdichter steeds vaker ook van andere organisaties de vraag
om een gedicht te schrijven, bij een speciale gebeurtenis of
evenement.

De wedstrijd staat voor iedereen open: de gelegenheidsdichter,
de af-en-toe-dichter, de romantische ziel, de verbitterde zonderling,
de liefhebber, en het wie-niet-waagt-wie-niet-wint-type.
Maar gewoon goede dichters hebben bij ons de voorkeur.
Ook jij/u als gewoon poëzieliefhebber kunt meedoen en
drie gedichten inzenden voor 8 december naar
info@kunstencultuurbeverwijk.nl.
Drie gedichten inleveren, één met als thema – hoe kan het anders –
Vrijheid, één over Beverwijk en één naar vrije keuze.
Op 12 december lezen alle inzenders hun gedichten voor en maakt
wethouder van cultuur Brigitte van den Berg bekend wie als
stadsdichter van Beverwijk door de straten en dreven mag dolen.

Naast de wethouder en oud-stadsdichter Isa van Klaveren zitten
in de jury een medewerker van de bibliotheek, een professioneel
schrijver, en een vertegenwoordiger van de stichting.

Het podium waar de gedichten worden voorgedragen is vanouds cultureel café Camille.

Zie ook www.kunstencultuurbeverwijk.nl

 

Presentator Fransje Boot

100ste stadsgedicht

Bert Giebels -panorama stadsdichter 2019

Beide foto’s zijn gemaakt door Bert Giebels.

Gedicht ‘Avondwandeling’ van Stadsdichter Beverwijk 2019 Isa van Klaveren met illustratie van Wies Tesselaar

Dat de herfst, na de zoveelste stortbui, definitief is ingetreden,
valt niet meer te ontkennen.  
Erg? Nee hoor, prachtig juist.
Dat vindt in ieder geval stadsdichter Isa van Klaveren
en haar kompaan Wies Tesselaar.
Deze twee hebben de herfst gevat in woord & beeld.
Kleurrijker kan het niet, zo vonden wij. 

 

Avondwandeling

Op weg naar Duinrust
had de ondergaande zon
de straten nog koper gekleurd
aan het einde van de dag

Aan mijn voeten werd het klammer
toen ik Westerhout betrad
leken seizoenen verstreken
aan het einde van het pad

De honden zijn onrustig
Er klinkt iets in de struiken

Onder het bladerdek
had de schemer al gewonnen
Ik dacht: ik ben het donker voor
de zomer was uit zicht

Zoekend naar het licht
omringd door constant gebrom
of had ik dat verzonnen?
liep ik richting ouderlijk huis

Ik bleef staan en besefte
in mijn straat begint de herfst
in het avondlicht loop ik verder
de winter komt eraan

Isa van Klaveren

 

nr 4 illustratie Wies Tesselaar

 

 

 

 

 

 

 

Wies Tesselaar

Fabrieksmuziek en fluitenkruid

Een tweede gedicht van Stadsdichter Isa van Klaveren,
met illustratie van Wies Tesselaar

Illustratie Wies Tesselaar

 

Fabrieksmuziek en fluitenkruid

Strijkt een gans neer
op het dak van de kerk
trekt haar snavel open
gaat schreeuwend te werk

De meeste jonge vogels
zingen zoet mee met de drietoon

De wijk ontwaakt
vult zich met kromgebogen fietsers
grommende motoren

Een voorzichtig zonlicht prikt
door de kiertjes van de straat

Gakkend vanaf de Goede Raad
verkondigt ze een nieuwe lente
een nieuw geluid
fabrieksmuziek en fluitenkruid

Eenentwintig madeliefjes
blauwe druif, vergeet-me-nietjes

 Donderslag vanuit het duin
‘t regent niet, maar wel grafiet

 

Isa van Klaveren
Stadsdichter Beverwijk 2019

Eerste gedicht van stadsdichter Isa van Klaveren

Eerste gedicht nieuwe stadsdichter

Als je jong bent heb je nog een leven voor je. Maar ook een leven
dat achter je ligt. Het een is gekleurd door verwachtingen,
het ander door herinneringen. Beide kunnen zoet zijn, maar soms
speelt ook de angst op. Voor wat was of wat gaat komen.
Onze nieuwe jonge stadsdichter Isa van Klaveren verwoordt deze
stemming wonderwel en vroeg Wies Tesselaar op haar beurt om
dit te verbeelden. Dat leidde tot deze bijzondere samenwerking:

Wies Tesselaar

 

Verder

In de stad werd mij
Mijn vorm ontnomen, mijn stem vervormd

Hoe groter de stad
Hoe meer afstand tot de ander

Hier, in de wijk
Word ik in de armen genomen
Wederopgebouwd

Waar het klein is
Wordt het sneller warm

Hier, in de wijk
Vind ik herinneringen
Die als woekerend onkruid
Door de straten zijn gevlochten
Daar, in de stad
Kon ik mijn wortels
Aan de straatstenen niet kwijt

 Maar toch

Ook boven Beverwijk kleurt de lucht wel eens donker
Ook hier giert de wind om de huizen

Ook hier lig je wakker
Ook hier wordt het nacht

Dus ik verschuil me in het oog van de storm
En ik luister naar het ritmisch slaan
Van de wind op mijn raam

Je moet verder
Je moet verder

 

Eerste gedicht van Isa van Klaveren, stadsdichter 2019

Voorgedragen door Isa op
de nieuwjaarsreceptie
van de gemeente Beverwijk

Zoals de slager zei

Een afgesloten Zonnebloemlaan
een opgebroken Groenelaan
maakt dat ik stil moet staan
nieuwe routes in moet slaan
om thuis te komen

Oude gebouwen maken
plaats voor
splinternieuwe huizen
achter de Plantage
wordt gruis al snel
tot minder grijs gemaakt
zelfs een ijkpunt als Oase
zal straks wijken voor
woningen
zoals de slager zei

Alles wat we ooit
in de stad herkenden
is afgebroken
of weggevaagd
Oranjebuurt, de Kloosterstraat
al maakt plaats
zo zei de slager

Toch wordt uit de brokken
steeds maar weer
een volwaardige wijk opgetrokken
zo aanschouwen we
keer op keer
een nieuw Beverwijk
met de ziel van eerst

 

Isa van Klaveren
Stadsdichter Beverwijk 2019

 

Honderdste stadsgedicht van Beverwijk

Het is niet zo snel goed

Men struikelt al voor de stoeptegel wipt

Er is hier nooit iets
of juist te veel
van het een of het ander

Te veel
lege winkels, nieuwe dingen, rommel
Maar er is nooit te weinig om over te praten

Een Wijker heeft gesprekstof
zijn stad op de tong
vlak naast daar waar het hart ligt

Het is het wel, maar vooral het wee

Het onoverkomelijke leed
onder de rook
van de Tata zo in de nacht
Beverwijk in al zijn pracht
hoe onverwacht dan ook

Maar het is altijd die tegel die wipt.

 

Bovenstaand gedicht, het honderdste en tevens laatste gedicht
van Janneke Methorst, stadsdichter van 2018, is door haar
voorgelezen aan het begin van de raadsvergadering op
20 december 2018. Daarna overhandigde zij haar prachtig ingelijste gedicht aan burgemeester Martijn Smit.

Isa van Klaveren is Stadsdichter 2019 !

In een bomvol café Camille is 13 december de 24-jarige
Isa van Klaveren gekozen tot stadsdichter  van het jaar 2019
van de gemeente Beverwijk .

Liefst achttien dichters, variërend in de leeftijd van zeventien
tot tachtig, namen deel aan de wedstrijd.
De achttien voordrachten werden aangekleed door geprojecteerde illustraties van de hand van Wies Tesselaar.
Het was de zeventiende keer sinds 2002 dat Beverwijk
een stadsdichter benoemde. Oude vertrouwde maar ook
talloze nieuwe gezichten leverden hun gedichten in,
die eerder door een vakkundige jury waren gelezen
en beoordeeld.

De uitverkiezing  van Isa van Klaveren verliep niet zonder
slag of stoot. Tot op het allerlaatste moment speelden
nog twee dichters mee voor de titel, maar de voordracht
en de toegankelijkheid van de gedichten gaven uiteindelijk
bij het grootste deel van de jury de doorslag .
Hoewel de uitslag dus niet unaniem was, kon iedereen zich
uiteindelijk vinden in  de uitverkiezing van Isa van Klaveren.

De bekendmaking door wethouder Brigitte van de Berg
werd dan ook met luid gejuich ontvangen.

Drie gedichten van Isa:

Waar ik nu woon
Aan het einde van de middag
Als de zon allang over mijn balkon
Is gegleden
Geven de dakpannen aan de overkant licht
De bovenkant van de kerk in lichterlaaie
De lucht knalblauw
De bomen zo groen als maar kan
Maar dan
Hoor ik het krijsen van de kerkklok
Dertien slagen op het half
En ik wil mijn raam opengooien
Om verontwaardigd te gillen:
‘Als je het doet, doe het dan goed!’
Maar mijn raam blijft dicht
En ik blijf waar ik zit
Mijn stukje Beverwijk glundert
In het namiddaglicht

M’n Eigen
Hoewel ik gecharmeerd ben van
Grote pleinen en knusse straatjes
Hou ik zoveel meer van
Kapotte kerken met scheve ramen
Vooral als onze vriend aan de duinen
Weer eens collectief stof doet opwaaien
Nog meer als ik stiekem moet huilen
Van de kerk in lichterlaaie
(In het middaguur, om een uur of vijf
Als de zon weer zachtjes mijn straat uitglijdt)

Hoewel ik gek ben op verdwaalde grachten
De beek is wat ik blijf volgen
Onverstoord stap ik door m’n stad, zo prachtig
Mijn neus richting de golven
En als ik dan uitgewandeld ben
En flink naar bier behoeftig
Loop ik snel voorbij terras
Kies ik toch voor knusse kroeg

En hoewel ik hier over een aantal jaar
Misschien niet eens meer zal verblijven:
Ik ben geïntrigeerd door de ander
Maar verknocht aan m’n eigen

Oma
Hee oma, moet je horen
Telkens als ik naar je foto kijk
zie ik je zittend in de achtertuin
sigaretjes roken in een tuinstoel
van wit plastic

Ik zie je struinen door het
knalgroene gras in je zonovergoten
voortuin op de Munnikenweide
Ik zie je zwaaien in zwart wit
vanuit je hoekhuis op de Raep

Jouw straten zijn hun glans verloren
sinds je uit Beverwijk bent vertrokken
of eerder, bent weg geplukt
Sinds je weg bent hebben ze de Bree
op de schop gedaan en ik kan je vertellen
dat de markt niet meer is wat het ooit was

De auto’s rijden de andere kant op
en het Stationsplein staat vol in de lak
zelfs de Groenelaan is van haar groen ontdaan!
Het is hier nog steeds lelijk hoor, oma
dus je kan met diezelfde tevreden glimlach
naar me blijven staren vanuit je goudgekleurde lijst

Er is veel veranderd
maar het is vooral anders zonder jou

Isa van Klaveren
Stadsdichter Beverwijk 2019

Expositie van Heleen Vink en de stadsdichters bij ISOO

‘Heleen Vink en de stadsdichters’

Afgelopen najaar heeft Heleen Vink alle Beverwijkse stadsdichters
geportretteerd voor een gedichtenserie in
het Noordhollands Dagblad en de IJmuider Courant.
De serie ontstond door een samenwerking tussen de kranten
en stichting Kunst en Cultuur Beverwijk, ter gelegenheid van
de lancering van de dichtbundel ‘Vol van Vurig Ideaal’.
Daarin geven de stadsdichters hedendaags commentaar
op oude verzen uit de personeelsbladen van Hoogovens.
Tijdens de opening op 8 december jl. las de stadsdichter
Janneke Methorst het 100e stadsgedicht voor.

De expositie is nog komende zaterdag 22 december
tussen 12.00 en 16.00 uur te bezoeken.

Foto: Heleen Vink
Arjan Slotman

 

Nieuw gedicht van Stadsdichter Janneke Methorst

Of je nu langs de Aagtendijk, de kinderboerderij of welk grasland
dan ook fietst of loopt, iedere Beverwijker kent ze: 

de schapen van Marleen de Bie.
Ze inspireerden onze stadsdichter Janneke Methorst
tot het volgende gedicht.

Grasmaaier

De grasmaaier op vier poten wandelt kalm de heuvel op
met witte krullen ongeacht zon of regen
altijd keurig  en permanent.
Het gras is groener bij de buren,
dus gaan zij daar dan verder grazen
en waar gazonnetjes te min zijn en de border echt te net
blijken de kanten en de wallen prima dienst te doen als eettafel.

Rond de Baak zag ik ze wandelen,
tussen kinderboerderij en speeltoestel.
Achter hun eigen muren
ogenschijnlijk onverstoorbaar,
stapje, hapje, stapje, hapje, stapje verder.

De zwart omrande ogen,
keurig aangebracht en waterproof, schrikken enkel
van wat luide stemmen
en een te enthousiaste viervoeter, die vergat te kloppen
en zo maar binnen stormde.

Tussen de nette dames in het gras
dartelt opgewekt jong leven.
Onvaste pootjes zoeken grip
waar moeders en oma’s zich al haast
ervaren bergbeklimmers durven noemen,
op de heuveltjes en in de kuilen
gelijk een mensenleven.

Zij houden de omgeving kort
als zij maar de ruimte hebben.
Welsh Hill Speckled Face schapen.
Grasmaaiers op vier voeten,
maar wel mooier dan zo’n stok met messen.

Janneke Methorst
Stadsdichter Beverwijk 2018

Schapen Beverwijk foto Heleen Vink

Foto: Heleen Vink